Doelgerichte therapie Behandeling bij CLL

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie (ook wel targeted therapy) zorgt ervoor dat kankercellen minder kunnen groeien en delen. De medicijnen verspreiden zich via het bloed door het lichaam en binden zich specifiek aan de kankercellen. Zo kunnen op bijna alle plaatsen de kankercellen bereikt worden. Er zijn veel soorten doelgerichte therapie. Ze werken allemaal verschillend maar hebben hetzelfde doel: het remmen van de signalen waardoor de kanker kan groeien.

Kankercellen hebben bepaalde eigenschappen, waardoor ze kunnen blijven delen. Doelgerichte therapie richt zich op de specifieke eigenschappen van deze kankercellen, waardoor deze therapie minder schade toebrengt aan normale cellen.

Bij doelgerichte therapie wordt er gebruikt gemaakt van twee verschillende medicijnen.

  • Monoklonale antilichamen (immunotherapie)
  • Eiwitremmers, ook wel signaalremmers genoemd

Monoklonale antilichamen werken aan de buitenkant van de kankercellen, terwijl de eiwitremmers aan de binnenkant van de kankercellen werken. Ze zorgen ervoor dat een kankercel zich niet meer kan delen en doodgaat. Ook wordt de groei van nieuwe bloedvaten tegengegaan en geremd. De monoklonale antilichamen kunnen kankercellen herkenbaar maken voor het afweersysteem, waardoor kankercellen opgeruimd kunnen worden.

De specifieke eiwitremmers voor CLL zijn;

Deze middelen worden vooral gebruikt bij patiënten waarbij de CLL na chemo-immunotherapie actief terugkeert en bij patiënten met een specifieke afwijkingen in de chromosomen. Het gaat om de afwijkingen 17p-deletie en TP53-mutatie.

Bijwerkingen

Doelgerichte therapie richt zich specifiek op kankercellen en heeft daarom meestal andere bijwerkingen dan chemotherapie. De arts of verpleegkundige kan het beste vertellen welke klachten de behandeling kan geven, omdat de klachten namelijk verschillen per persoon en ook liggen aan de soort en hoeveelheid van het medicijn. Ook zijn van sommige medicijnen de bijwerkingen op lange termijn nog niet bekend.

Algemene bijwerkingen

  • Maag- en darmklachten
  • Diarree
  • Hoge bloeddruk
  • Slechtere wondgenezing
  • Infecties
  • Koorts, griepachtig gevoel
  • Trombose
  • Vermoeidheid
  • Veranderingen in de smaak
  • Veranderingen aan de huid zoals uitslag, jeuk of eeltvorming
  • Veranderingen aan het haar of de nagels