Chemotherapie Behandeling bij CLL

Chemotherapie

Kankercellen delen sneller dan de meeste gezonde cellen. Chemotherapie is een behandeling die de groei van snel delende cellen verstoort door cytostatica. Cytostatica zijn medicijnen die kankercellen doden of de celdeling remmen. Als de medicijnen zijn toegediend, verspreiden ze zich via het bloed door het gehele lichaam. Op deze manier kunnen de kankercellen bijna overal in het lichaam bereikt worden.

Bij CLL wordt chemotherapie vrijwel altijd in combinatie met immunotherapie toegepast. Deze behandeling is erop gericht om CLL onder controle te krijgen. De immuno-chemotherapie is vaak in staat om de productie van abnormale bloedcellen te remmen of tot stilstand te brengen. De klachten nemen af en de conditie van de patiënt verbetert. Ook een vergrote milt en lymfeklieren zullen weer naar normale grootte afnemen.

Uiteindelijk bepaalt de arts welke chemotherapie (of immuno-chemotherapie) het beste bij de situatie van de patiënt past. Onderscheid wordt gemaakt tussen fitte en minder fitte patiënten. De fitte patiënten krijgen een andere (vaak zwaardere) behandeling dan de minder fitte patiënten. Doorgaans zijn patiënten ouder dan 65 jaar minder fit dan patiënten jonger dan 65 jaar. De arts zal dit per patiënt bekijken.

Toediening

De chemotherapie wordt meestal oraal of met een infuus in de bloedbaan gebracht, zodat het zich in het hele lichaam verspreidt en uitzaaiingen op afstand kan bereiken.

Bijwerkingen

Bij chemotherapie gaan niet alleen de kankercellen kapot, maar ook gezonde cellen die snel delen. Daardoor kunnen diverse bijwerkingen ontstaan. In de rustperioden van de chemokuren hebben de gezonde cellen de tijd om zich te herstellen. Als de gezonde cellen herstellen verdwijnen de bijwerkingen weer. Soms gebeurt dit na een aantal dagen, maar soms duurt dat langer.

Er zijn verschillende soorten chemotherapie en deze hebben allemaal andere bijwerkingen. De bijwerkingen hangen af van:

  • Het soort chemotherapie
  • De dosis
  • De combinatie met andere medicijnen en/of behandelingen
  • De combinatie met andere soorten chemotherapie
  • De manier van toediening
  • De duur van de behandeling
  • Je lichamelijke conditie

Het is niet te voorspellen hoe de patiënt reageert op de chemotherapie. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, terwijl andere minder merken. De arts of verpleegkundige kan de patiënt adviseren in de verschillende situaties. Het is belangrijk dat de patiënt zijn klachten met de arts of verpleegkundige deelt, omdat er manieren zijn om de bijwerkingen tegen te gaan. Zo kan de dosis worden aangepast, waardoor de bijwerkingen mogelijk minder kunnen zijn. De mate waarin patiënten bijwerkingen ervaren zegt niets over het effect van de behandeling.

Algemene bijwerkingen

Korte termijn:

  • Haaruitval 
  • Misselijkheid
  • Darmstoornissen
  • Hoog risico op infecties
  • Vermoeidheid 

Lange termijn:

  • Verminderde spierkracht 
  • Minder goed geheugen
  • Doof gevoel aan handen en voeten (neuropathie)