Chloorambucil-rituximab (Chl-R)

Behandeling

Chloorambucil is een chemotherapie en rituximab valt onder de categorie immunotherapie. Chloorambucil behoort tot de geneesmiddelen cytostatica. Cytostatica zijn in staat de deling van kankercellen te remmen en/of deze te vernietigen. 

Rituximab is een therapeutisch antilichaam, dat zich hecht aan specifieke eiwitten op het oppervlak van de lymfocyten. Hiermee gebruiken ze het eigen afweersysteem van de patiënt om de CLL op te ruimen. Rituximab richt zich tegen het CD-20-eiwit, net als obinutuzumab (keuze 1 voor niet-fitte patiënten). Deze medicijnen worden daarom anti-CD20 antilichamen genoemd. Bij binding aan CD20-eiwitten op de lymfocyten zal het eigen afweersysteem deze cellen als abnormaal beschouwen en aanvallen. Dit leidt tot celdood van deze kwaadaardige cellen.

Er is veel ervaring met dit medicijn. Bij de helft van de mensen blijft CLL voor 1 jaar en 4 maanden onder controle.

Vragen?

Gebruik

Behandelingsadvies

Het medicijn rituximab wordt via het infuus toegediend. Chloorambucil krijg je in tabletvorm na het ontbijt. Ook kunnen er nog enkele andere medicijnen voorgeschreven worden. Deze dienen ter ondersteuning van de behandeling.

Deze behandeling wordt gedaan in 6 cycli van 4 weken. Op dag 1 van de cyclus moet rituximab via een infuus worden toegediend, en chloorambucil door middel van een tablet ingenomen worden (na het ontbijt). Dag 2 t/m 28 wordt er rust genomen van rituximab, chloorambucil moet dag 2 t/m 7 nog ingenomen worden via een tablet. Hierna (dag 8 t/m 28) wordt er ook rust genomen van chloorambucil.

De periode van rust bepaalt de specialist.

Bijwerkingen

Behandelingsadvies

Omdat het CD20-eiwit zich ook op het oppervlak van gezonde afweercellen bevindt, zal het gebruiken van rituximab ook leiden tot een tekort aan gezonde witte bloedcellen. Aangezien anti-CD20 antilichamen niet aangrijpen op cellen buiten het immuunsysteem, wordt dit geneesmiddel goed verdragen en zijn de overige bijwerkingen redelijk mild. 

Andere mogelijke bijwerkingen zijn;

  • Verhoogde vatbaarheid voor infecties
  • Huiduitslag/jeuk
  • Maag/darmklachten (misselijkheid, braken, diarree of obstipatie)
  • Hoofdpijn
  • Koorts
  • Infusiereacties
  • Vermoeidheid
  • Haaruitval
  • Gewrichtspijn
  • Slapeloosheid
  • Krachtvermindering

Bijzonderheden

Behandelingsadvies

Inentingen, zoals de griepprik kunnen minder goed werken. Vraag jouw arts om advies.