Chloorambucil-obinutuzumab (Chl-O)

Behandeling

Chloorambucil is een chemotherapie en obinutuzumab valt onder de categorie immunotherapie. Chemotherapie wordt ook wel cytostatica genoemd. Cytostatica zijn in staat de deling van kankercellen te remmen en/of deze te vernietigen. 

Obinutuzumab is een therapeutisch antilichaam, dat zich hecht aan specifieke eiwitten op het oppervlak van de lymfocyten. Hiermee gebruiken ze het eigen afweersysteem van de patiënt om de CLL op te ruimen. Obinutuzmab richt zich tegen CD-20-eiwit, net als rituximab (keuze 2 voor niet-fitte patiënten). Deze medicijnen worden daarom anti-CD20 antilichamen genoemd. Bij binding aan CD20-eiwitten op de lymfocyten zal het eigen afweersysteem deze cellen als abnormaal beschouwen en aanvallen. Dit leidt tot celdood van deze kwaadaardige cellen.

Er is veel ervaring met deze behandeling. Bij de helft van de mensen blijft CLL voor 2 jaar en 2 maanden onder controle.

Vragen?

Gebruik

Behandelingsadvies

Het medicijn obinutzumab wordt via het infuus toegediend. Voorafgaand aan de kuur worden medicijnen verstrekt om de bijwerkingen zoveel mogelijk in te perken. Chloorambucil krijgt je in tabletvorm. 

Deze behandeling wordt gedaan in 6 cycli van 4 weken. In de eerste cyclus moet obinutuzumab op dag 1, dag 2, dag 8, en dag 15 via een infuus toegediend worden. Chloorambucil moet op dag 1 t/m 14 via een tablet worden ingenomen. Dag 16 t/m 28 is een rustperiode zonder medicatie.

Tijdens cyclus 2 t/m 6 moet er alleen op dag 1 obinutuzumab toegediend worden, en chloorambucil dag 1 t/m 14 ingenomen worden. Dag 15 t/m 28 zijn rustdagen.

Bijwerkingen

Behandelingsadvies

Omdat het CD20-eiwit zich ook op het oppervlak van gezonde afweercellen bevindt, zal het gebruik van obinutuzumab ook leiden tot een tekort aan gezonde witte bloedcellen. Aangezien anti-CD20 antilichamen niet aangrijpen op cellen buiten het immuunsysteem, wordt dit geneesmiddel goed verdragen en zijn de overige bijwerkingen redelijk mild. 

Andere mogelijke bijwerkingen zijn;

  • Verhoogde vatbaarheid voor infecties
  • Huiduitslag/jeuk
  • Maag/darmklachten (misselijkheid, braken, diarree of obstipatie)
  • Hoofdpijn
  • Koorts
  • Infusiereacties
  • Vermoeidheid
  • Haaruitval
  • Gewrichtspijn
  • Slapeloosheid
  • Krachtvermindering