Verslag workshop: Bijwerkingen Nieuwsblog
  • Auteur(s):
Nu beoordelen:

Verslag workshop: Bijwerkingen

Tijdens de Hematon Leukemiedag CML van 23 april 2016 verzorgde dr. Peter Westerweel, internist-hematoloog in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht, een workshop over bijwerkingen. Hierin werden verschillende bijwerkingen toegelicht en gaven zowel dr. Westerweel als de deelnemers tips hoe om te gaan met de bijwerkingen.

Heb ik een bijwerking?

Internist-hematoloog dr. Peter Westerweel
Dr. Peter Westerweel

TKI’s remmen naast de aanmaak van het BCR-Abl eiwit soms ook de aanmaak van andere eiwitten en dat kan bijwerkingen veroorzaken. Elke TKI heeft een eigen patroon van bijwerkingen. Helaas is er geen enkele TKI zonder bijwerkingen. Welke klachten tot uiting komen en de mate van last die je ervaart is per persoon verschillend. Maar ook de dosis heeft invloed op de bijwerkingen. Bij een goede dosis horen helaas vaak de meeste bijwerkingen. Gelukkig nemen veel bijwerkingen in de loop van de tijd in ernst af. Dit gebeurt meestal in de eerste 4 weken. Is dit niet het geval dan kan je samen met je hematoloog overwegen om van TKI te wisselen of de klachten met andere middelen te bestrijden. Het is belangrijk dat je je medicatie wel goed blijft innemen want therapie-ontrouw is bewezen (levens)gevaarlijk. Bespreek daarom altijd je bijwerkingen met je hematoloog zodat je er samen voor kan zorgen dat de behandeling niet alleen zo succesvol, maar ook zo dragelijk mogelijk voor je is.

Interacties tussen verschillende medicijnen

Gebruik je verschillende medicijnen dan kunnen deze elkaar beïnvloeden. Deze interacties kunnen op een positieve manier effect hebben, door bijvoorbeeld bijwerkingen te onderdrukken. Maar ze kunnen ook elkaars werking verzwakken of juist extra bijwerkingen veroorzaken. Bespreek daarom naast je klachten, ook eventuele andere medicatie die je gebruikt met je hematoloog én apotheker.

Tips van dr. Westerweel en patiënten

Zoals al vermeld geven alle TKI’s bijwerkingen. Veel van deze bijwerkingen zijn “niet ernstig” volgens de criteria van bijvoorbeeld het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Maar, voor patiënten die mogelijk hun hele leven de medicatie moet blijven innemen kan ook een “milde” bijwerking die je levenslang moet ervaren wel degelijk heel ernstig zijn. Aandacht voor bijwerkingen is daarom heel belangrijk bij de zorg voor chronische leukemie patiënten. Helaas kan niet elke bijwerking voorkomen worden en kan niet altijd verlichting geboden worden, maar soms kan het wèl!

Om bijwerkingen tegen te gaan kan je in overleg met je hematoloog beslissen de dosis te verlagen (eventueel op geleide van bloedspiegels), te wisselen van TKI of medicatie tegen de bijwerkingen te nemen. Soms is het mogelijk een stoppoging van de TKI te doen, wanneer je in langdurige diepe remissie bent, maar dit is voor een beperkte groep patiënten mogelijk. Een ander, veel meer ingrijpend alternatief is een stamceltransplantatie. Een transplantatie kan de ziekte genezen, maar gaat gepaard met grote risico’s en is alleen voor een geselecteerde patiëntengroep een mogelijkheid.

Hieronder staan een aantal tips om de klachten van veel voorkomende bijwerkingen te verminderen.

Huiduitslag

  • Zalf met ontstekingsremmers (steroïden) + vet
  • Jeuk-remmend tabletje ‘anti-histaminicum’
  • Bij versterkte eeltvorming: een eelt-oplossend middel (acylsalicylzuur)
  • Voorkom zonverbranding (zonnebrandcrème, kleding/petje)

Maagirritatie/misselijkheid

  • Dosis eventueel spreiden (in overleg met hematoloog)
  • Medicatie-inname bij maaltijd en/of met groot glas water (met uitzondering van nilotinib, dient nuchter ingenomen te worden)
  • Koffie, alcohol en sterke kruiden vermijden
  • Rechtop zitten/staan na medicatie-inname
  • Gebruik maagbeschermers (overleg met apotheek! Niet zomaar bij drogist halen!)
  • Protonpompremmer (bijv. omeprazol) (niet bij dasatinib en nilotinib)
  • H2-antagonist (bijv. ranitidine) (niet bij dasatinib)
  • Antizuurmiddelen (een soort 'blusmiddelen’, bijv. antagel)
  • Minimaal 2 uur interval met medicatie-inname
  • Anti-misselijkheidstabletjes

Diarree

  • Vezelrijk eten of Metamucil (psylliumzaadjes) ‘vezels in een zakje’
  • Loperamide (Imodium)

Darmverstopping (obstipatie)

  • Veel vocht innemen (minimaal 1,5 – 2 liter per dag)
  • Voldoende fruit en vezels (eventueel metamucil)
  • Laxeermiddel (bijv. movicolon)

Oedeem (vochtophoping)

  • Zoutinname beperken
  • Plaspillen
  • Elastische kousen
  • Indien er longvocht ontstaat bij dasatinib, wordt er soms, altijd in overleg met de hematoloog, gedurende 1-4 weken gestopt. Bij het opnieuw starten van dasatinib, eventueel in lagere dosis, blijft het longvocht vaak weg.
  • Tip van patiënten: Leg bij oedeem rondom de ogen in de ochtend koude kompressen op de ogen om de vochtophoping te verminderen en sta op tijd op als je een afspraak hebt.
  • Tip van patiënten: Leg je benen hoog bij oedeem in de benen.

Spierkramp

  • Voldoende drinken
  • Controle van verschillende zouten in het bloed
  • Calcium- of magnesiumtabletten
  • Eventueel medicatie:
    • Hydrokinine (Inhibin)
    • Baclofen
    • NSAID (bijv. Ibuprofen)
  • Tip van patiënten: Het warm houden van de spieren kan verlichting geven maar ook voldoende bewegen kan de spierkrampen verminderen.

Vermoeidheid

  • Vermoeidheid is een veel voorkomend probleem bij de behandeling van Chronische Myeloïde Leukemie. Maar vermoeidheid is moeilijk te meten. Daarom is het belangrijk dat je de ernst van je vermoeidheid altijd bespreekt met je arts.
  • De vermoeidheid kan ook andere oorzaken hebben die een arts kan uitsluiten zoals:
    • Bloedarmoede
    • Schildklierafwijkingen
    • Infectie
  • Ook depressie of angsten kunnen een oorzaak van vermoeidheid zijn
  • Zorg voor voldoende en goede slaap
  • Doseren/opbouwen van activiteiten
  • Tip van patiënten: Meer bewegen geeft energie. De intensiteit van sporten moet wel goed gedoseerd worden, anders kan het juist een tegengesteld effect hebben.

Stoppen?

Heb je last van een bijwerking stop dan nooit zomaar met de medicatie! Dit kan grote gevolgen op de behandeling hebben. Overleg bijwerkingen altijd met je hematoloog zodat jullie samen voor een dragelijke situatie kunnen zorgen.

Bij een goede respons op de behandeling en een langdurig stabiele situatie is het in sommige gevallen mogelijk om met de TKI’s te stoppen. Maar stoppen kan ook weer bijwerkingen opleveren. Ongeveer 25% heeft last van dit zogeheten TKI onthoudingssyndroom waarbij vooral gewrichtsklachten en spierpijn voorkomen. Soms zijn gedurende een bepaalde periode pijnstillers of zelfs prednison nodig.

Mocht je als bijwerking van het medicijn gewrichtsklachten hebben, dan wil dat niet zeggen dat je deze klachten ook krijgt als je stopt.

Omdat we nog niet weten wat de beste manier van stoppen is wordt hier onderzoek naar gedaan. In Engeland loopt bijvoorbeeld een studie waarbij de medicatie afgebouwd wordt, in plaats van in één keer te stoppen. Via CMyLife houden we je op de hoogte van onderzoeksresultaten. Lees bijvoorbeeld het blog van dr. Jeroen Janssen 'Duur van de behandeling van groot belang bij stoppoging'.

Door dr. Peter Westerweel
Internist-hematoloog
Albert Schweitzer Ziekenhuis Dordrecht

Reacties (0)
Reactie plaatsen