Infectierisico's bij CLL-patiënten Nieuwsblog
  1. Infectierisico's bij CLL-patiënten
  • Auteur(s):
Nu beoordelen:

Infectierisico's bij CLL-patiënten

40% van CLL-patiënten heeft hypogammaglobulinemie. Dit betekent dat er sprake is van een verminderde weerstand. Hierdoor zijn CLL-patiënten meer vatbaar voor infecties. 

Verminderde weerstand

Hypogammaglobulinemie is een afweerstoornis, waarbij de concentraties van de verschillende immuunglobulinen (antistoffen) laag zijn. Hypogammaglobulinemie kan zowel primair als secundair voorkomen. Primaire hypogammaglobulinemie betekent dat de afweerstoornis is aangeboren. Van secundaire of verworven hypogammaglobulinemie wordt gesproken, wanneer een onderliggende aandoening de hypogammaglobulinemie verklaart zoals bij CLL. Secundaire hypogammaglobulinemie bij hemato-oncologische patiënten komt niet alleen voor bij CLL, maar ook bij andere maligniteiten van B-cellen (B-cel-non-hodgkinlymfomen en multipel myeloom). 

Infecties

60% van CLL-patiënten overlijdt aan infecties. Meerdere onderzoeken bij patiënten met secundaire hypogammaglobulinemie bij CLL tonen aan dat een aanvulling van immuunglobulinen (antistoffen) leidt tot afname van het aantal ernstige infecties. Infecties kunnen afnemen wanneer de dalspiegel van immuunglobulinen hoger is dan 5g/L. De aanbeveling is om eerst te starten met langdurig gebruik van antibiotica en pas indien de infecties niet verdwijnen, in tweede instantie een aanvulling van immuunglobulinen te starten, vanwege een kleine kans op ernstige bijwerkingen bij immunoglobulinen.

De immuunglobulinen worden door middel van een infusie toegediend. Over het algemeen wordt de aanvulling van immuunglobulinen goed verdragen door patiënten. De meest voorkomende bijwerking is een milde reactie gerelateerd aan de snelheid van de infusie. Zoals hoofdpijn, rood gezicht, trillen, koorts, misselijkheid, angst en spierpijn, die verbetert na staken van toediening of verlagen van de toediensnelheid van de infusie. In ernstigere gevallen kunnen bijwerkingen optreden als pijn op de borst, hevige hoofdpijn en piepende ademhaling of zelfs een gevaarlijke overgevoeligheidsreactie optreden.

Elk jaar dient geëvalueerd te worden of de toediening van immuunglobulinen gestopt kan worden, tenzij er aangetoonde schade is door infecties zoals bronchiëctasieën in de long of gehoorschade door oorontstekingen. Staken kan zodra infecties verdwenen zijn of de afweer is verbeterd na CLL-behandeling. Behandeling met immunoglobulinen hebben effect op infecties, maar er is géén bewijs voor verbeterde overleving door toediening van immuunglobuline in de CLL-patiëntengroep. Meerdere onderzoeken bij patiënten met secundaire hypogammaglobulinemie bij CLL tonen aan dat suppletie van immunoglobulinen leidt tot afname van het aantal ernstige infecties.

Vaccinatierespons

Vaccinaties beschermen mensen tegen ernstige infectieziekten. De vaccinatierespons bij immuungecompromiteerde patiënten, zoals CLL-patiënten, is slechter dan bij mensen met een goed werkend immuunsysteem. Na de eerste vaccinatie wordt er weinig afweer opgebouwd. Maar het geheugen van de B- en T-cellen zorgen voor een snelle versterkte reactie bij herhaalde vaccinatie of contact met de ziekteverwekker. 

Helaas zorgen de medicijnen rituximab en ibrutinib voor een verminderde vaccinatierespons. Sommige vaccinaties zijn daarom pas zinvol 6 tot 12 maanden na het stoppen met deze medicatie.

 

Bronnen: A. Goorhuis, A. Bruns, S. Kersting, P. Ypma, E. Posthuma en L. Ellerbroek en RIVM.

Reacties (2)
  • Door op 10:32

    Ibrutinib kan ook gedurende een aantal jaren als monotherapie gegeven worden, met name in het wetenschappelijk onderzoek van Hovon: CLL17/HOVON500CLL. Loop je daardoor extra risico i.v.m. infecties?

  • Door op 17:22

    Beste Henri,

    bedankt voor het stellen van uw vraag. Wij zullen deze vraag doorzetten naar één van onze aangesloten specialisten en komen er dan zo snel mogelijk bij u op terug.

    Hartelijke groet,

    CMyLife

Reactie plaatsen