Stoppen

De behandeling met TKIs kan op proef gestaakt worden als:

  1. Je CML in de chronische fase gediagnosticeerd is
  2. Een bekend e12-a2 of 14-a2 breekpunt, kwantificeerbaar op de internationale schaal (behandelend arts vragen of dit het geval is)
  3. De behandeling nooit veranderd is vanwege een gebrek aan reactie op je medicijnen. Veranderen vanwege intolerantie/bijwerkingen mag wel
  4. Je bent minstens 3 jaar, maar bij voorkeur 6 jaar behandeld met een TKI
  5. Je BCR-ABL waarde is gedurende minstens 1, maar bij voorkeur 3 jaar <0.01%
  6. Je BCR-ABL is het jaar voor het stoppen minstens 4 keer gemeten

Verdere dingen om in de gaten te houden:

  • Je arts bespreekt de stoppoging van te voren met een centrum met meer ervaring met CML
  • Informeer je over het "TKI-onthoudingssyndroom" voordat je stopt
  • Na het stoppen moet je BCR-ABL het eerste half jaar elke 4 weken, het tweede half jaar elke 6 weken, en na een jaar elke 3 maanden gecontroleerd worden
  • Je moet opnieuw met een TKI beginnen als je BCR-ABL weer stijgt boven de 0.1%
  • Stoppen van de behandeling blijkt zeer veilig. Patiënten waarvan de BCR-ABL waarde toenam en de behandeling moesten hervatten bereikten vrijwel allen op korte termijn weer een diepe respons (BCR-ABL<0.01%) en progressies naar latere fasen van de CML traden niet op. Wel ontstaat na het staken bij 25-30% van de patiënten een onthoudingssyndroom, maar hervatting van de TKI leidt tot snel verdwijnen van de klachten.